Psychoanalytisch Woordenboek

Ambivalentie

  • Duits: Ambivalenz, die
  • Frans: ambivalence

Het gelijktijdig hebben van aan elkaar tegengestelde gevoelens ten opzichte van een persoon of zaak, bijvoorbeeld liefde en haat. De term werd door Bleuler ingevoerd en vaak door Freud gebruikt (bijvoorbeeld 1905d; 4: 76). Het vermogen tot ambivalentie is een teken van gezondheid en vergeleken met het primitievere splijtingsmechanisme vormt het een belangrijke psychische vooruitgang. Iemand die een ander slechts kan beschouwen als helemaal goed of helemaal slecht, moet over twee personen verdelen wat bij ambivalentie aan één persoon kan worden beleefd. Een dergelijke splitsing gaat terug op de beleving van de moeder als all good of all bad. Zie Depressieve positie.

Literatuur

  • Freud, S. (1905d) ‘Drie verhandelingen over de theorie van de seksualiteit’, Werken 4: 9, 15-116.
  • Meurs, P. (2004) Het wonderlijke samenspel van liefde en agressie. Lannoocampus, Heverlee.
Verder op psychoanalytischwoordenboek.nl: