Psychoanalytisch Woordenboek

Ander / ander

  • Duits: Andere, der/die
  • Engels: Other / other
  • Frans: Autre / autre

Vanaf zijn tweede seminarie (1955, p. 275-288) maakt Lacan onderscheid tussen kleine ander en grote Ander, en de psychoanalyticus moet volgens hem dit onderscheid steeds strikt voor ogen houden. De kleine ander of a is de ander gelijke. Hij is zowel alter ego als spiegelbeeld en behoort voluit tot  het imaginaire (quasi-ethologische) register van spiegel(ing), gehechtheid en verleiding. De grote Ander of A is de Ander in zijn radicale alteriteit, en wordt door Lacan gelijkgesteld met de wet en/van de taal en behoort tot de symbolische orde. Hij benadrukt dat deze taal van elders komt. Het is immers de moedertaal afkomstig van die (doorgaans) eerste grote Ander, de (M)Other. In een parafrase van Descartes: ‘Zij denkt, dus ik ben’, of in een befaamde lacaniaanse slogan: het onbewuste is het vertoog van de Ander. In zijn ruimere betekenis is de grote Ander de schatkamer van de  betekenaar en de cultuur die bepaalt hoe we eten, slapen, ons kleden, genieten, sterven enzovoort. Voordeel van deze abstracte en invariante termen is dat zij zich blijvend lenen voor cultureel variante invullingen. [MK]

Literatuur

  • Evans, D. (1996) An introductory dictionary of Lacanian Psychoanalysis. Routledge, Londen.
  • Lacan, J. (1954-1955) Le Séminaire. Livre II. Le moi dans la théorie de Freud et dans la technique de la psychanalyse.Texte établi par J.A. Miller. Du Seuil, Parijs, 1978.
Verder op psychoanalytischwoordenboek.nl: