Psychoanalytisch Woordenboek

Fallisch-narcistisch

  • Duits: phallisch-narzi├čtisch
  • Frans: phallique/narcissique

Met deze term worden vooral mannen aangeduid die een “te groot” zelfvertrouwen tentoon proberen te spreiden. Deze ijdelheid wordt echter gemakkelijk gekwetst en kan dan leiden tot depressiviteit. Het is typisch een man die leeft in een ivoren toren, die een bijzonder grote waarde hecht aan zijn uiterlijk en aan zijn kleren en die zijn fraaie auto beleeft als een verlengstuk van zijn penis. Een dergelijk karakter is een afweerformatie tegen oedipale angsten en tegen angst voor homoseksualiteit.

Literatuur

Verder op psychoanalytischwoordenboek.nl: