Psychoanalytisch Woordenboek

Gender identity

  • Duits: Geschlechtsidentit√§t
  • Frans: gender identity

De aard van de sekse. Deze kan objectief op verschillende niveaus worden gedefinieerd, niveaus die soms niet met elkaar overeenstemmen:

– Op chromosomaal niveau is elke mens met een (of meer) Y-chromosoom mannelijk; wie alleen X-chromosomen heeft is genetisch vrouwelijk.

– Op het niveau van de primaire geslachtsorganen is een mens met testikels mannelijk, een mens met ovaria vrouwelijk. Soms wordt iemand aangetroffen met een ovotestis: interseksualiteit op orgaanniveau.

– Op het niveau van de secundaire geslachtsorganen is een mens met een penis mannelijk, een mens met clitoris, vulva en vagina vrouwelijk. Ook op dit niveau komt interseksuele vormgeving voor. Vroeger noemde men deze mensen hermafrodiet.

Subjectieve gender identity verwijst naar de beleving van zichzelf als man of vrouw. In de psychoanalytische behandeling zal het vooral om deze subjectieve beleving gaan. [GZ]

Vanaf de geboorte wordt de kernidentiteit gevormd – behalve door genetische (geslachtschromosomen) en biologische (hormonen) factoren – door de overtuiging van de ouders dat de baby inderdaad de toegewezen sekse heeft. Vervolgens wordt de kerngeslachtelijke identiteit verder ontwikkeld via het beeld dat het kind zich vormt bij het exploreren van het eigen lichaam en door de informatie die ouders bewust en onbewust overbrengen over hun eigen beleving van man- of vrouw-zijn. De geslachtsrol, genderspecifiek gedrag, wordt ten slotte bevorderd door allerlei sociale processen.

Het geslachtsverschil wordt, in tegenstelling tot wat Freud dacht, niet rond het vierde levensjaar ontdekt, maar veel eerder: tussen het eerste en het tweede jaar. Vanaf het tweede jaar is er een duidelijk gevoel van gender identiteit, dat rond het vierde levensjaar het aspect van onveranderbaarheid krijgt.

Gender identiteit verwijst naar de vroegste integratie van anatomie, geslachtsverschil, voortplantingsfunctie en dergelijke tot een kern-mannelijke of -vrouwelijke identiteit. (Psycho)sociale identiteit verwijst naar een latere (oedipale) uitwerking van begrippen als biseksualiteit, castratieangst, triangulaire relaties, penisnijd, man-vrouw enzovoort. [MDM]

Literatuur

  • Deben-Mager, M. (2006b) ‘Genen en gender, hormonen en hersenen’. In: M.M. Deben-Mager en J.E. Verheugt-Pleiter (red.), In
    den beginne was de vrouw. Van Gorcum, Assen.
Verder op psychoanalytischwoordenboek.nl: