Psychoanalytisch Woordenboek

Jaloezie

  • Duits: Eifersucht
  • Engels: jealousy
  • Frans: jalousie

Het woord duidt op het gevoel dat men iets wil vasthouden, beslist niet verliezen: een jaloerse minnaar. Of ook dat men iets wil hebben wat een ander heeft (zie bijvoorbeeld Freud, 1922b; 8: 337v.) Het woord wordt soms verward met afgunst en nijd. “Afgunst” (Neid) duidt op iets F3;F3;k willen hebben. Men maakt nog liever iets kapot dan dat een ander er plezier van heeft. Een zogenaamde crime passionel wordt vaak niet gepleegd uit afgunst – op de mededinger – maar uit woede op de geliefde die de moordenaar dreigt te verlaten. Moord uit verlatingsangst dus, meer dan uit jaloerse passie. “Nijd” (envy) heeft te maken met het gevoel dat wat een ander krijgt ten koste gaat van zichzelf. Men kan groen zien van nijd en dat gevoel kan zelfs ontaarden in haat. Freuds bekendste term in dit verband is wel penisnijd. Het gevoel van afgunst en nijd kan men afweren met grootheidsfantasieĆ«n, door de ander sterk te devalueren of door hem zF3; te idealiseren dat hij buiten mededinging komt te staan.

Literatuur

  • Freud, S. (1922b) ‘Over enkele neurotische mechanismen bij jaloezie, paranoia en homoseksualiteit’, Werken 8: 335, 337-346.
Verder op psychoanalytischwoordenboek.nl: