Psychoanalytisch Woordenboek

Kind

  • Duits: Kind, das
  • Frans: enfant

Aan wat Freud schrijft over kinderen kan men zijn mensbeeld en cultuuropvatting aflezen. Ten eerste het einde van ‘De grap en haar relatie tot het onbewuste’: ‘Want de euforie die we via deze wegen nastreven, is niets anders dan de stemming van een levensfase waarin wij al onze psychische arbeid met geringe inspanning plachten te verrichten, de stemming van onze kinderjaren, waarin wij […] humor niet nodig hadden om ons in het leven gelukkig te voelen’ (1905c; 3: 547). Het kind kan zijn gedachten ongebreideld laten gaan, nog niet gehinderd door de beperkingen die opvoeding en maatschappij opleggen. Het kind hoeft nog niet te lijden onder het onvermijdelijke onbehagen van de cultuur. ‘Denkt u eens aan het bedroevende contrast tussen de stralende intelligentie van een gezond kind en het zwakke denkvermogen van de gemiddelde volwassene’ (1927c; 9: 399). Het kind mag nog even polymorf-pervers zijn; tenminste bij wijze van spreken, want het moet zich laten opvoeden, omdat ‘revolutionaire kinderen in geen enkel opzicht wenselijk zijn’ (1933a; 10: 205). Deze nostalgische blik op het kind maakte deel uit van zijn autobiografische narratief: op zijn oude dag leefde diep in hem nog ‘het gelukkige kind uit Freiberg’ (brief van 25-10-1931 aan de burgemeester van Příbor).

Literatuur

  • Freud, S. (1905c) ‘De grap en haar relatie met het onbewuste’, Werken 3: 340, 346-547.
  • Freud, S. (1927c) ‘De toekomst van een illusie’, Werken 9: 356, 359-407.
  • Freud, S. (1933a) ‘Colleges inleiding tot de psychoanalyse. Nieuwe reeks’, Werken 10: 77, 79-232.
  • Freud, S. (1931e) ‘Brief aan de burgemeester van de stad Příbor’, Werken 10: 526.
Verder op psychoanalytischwoordenboek.nl: