Psychoanalytisch Woordenboek

Oedipus

  • Duits: Ödipus
  • Frans: Oedipe

Hij is de hoofdpersoon in Sophocles’ tragedie Koning Oedipus (430 v.Chr.). Oedipus loste het raadsel op dat de Sfinx aan alle mensen voorlegde die de stad Thebe naderden: welk dier loopt eerst op vier, daarna op twee en ten slotte op drie voeten? Zijn antwoord luidde: de mens. Aanvankelijk kruipt hij namelijk, vervolgens loopt hij rechtop en ten slotte met behulp van een stok. Door dat juiste antwoord verloor de Sfinx zijn macht, hij stortte zich in het ravijn en de stad Thebe werd van de pest bevrijd. Oedipus huwde met koningin Jocaste die kort tevoren weduwe geworden was en ze kregen samen kinderen.

De tragedie is de ontvouwing van de waarheid: net als in een psychoanalyse is in een tragedie het onheil al geschied voordat zij begint. Wat blijkt? Oedipus had zijn eigen vader Laios – de koning van Thebe en de eerste echtgenoot van Jocaste – gedood toen hij op weg naar Thebe een oude man, die met zijn wagen de weg versperde, had neergeslagen. Oedipus wist niet wie zijn vader en moeder waren, omdat zijn ouders hem op grond van een orakelspreuk als baby hadden verstoten en hem aan een knecht hadden meegegeven om hem aan zijn voeten gebonden in de bergen achter te laten om te sterven. De dienaar had echter medelijden gekregen met de kleine en hem in leven gelaten; het kind werd opgevoed aan het hof van de koning van een andere stadstaat. Oedipus had aan de vroege mishandeling gezwollen voeten overgehouden, vandaar zijn naam, die “gezwollen voet” betekent. Oedipus was dus een vroeg verwaarloosd en in die zin preoedipaal beschadigd (adoptie) kind.

Freud ontdekte tijdens gesprekken met patiënten en in zijn autoanalyse dat de jongen zijn eigen moeder begeert en dat hij daarmee verbonden vijandige en rivaliserende gevoelens koestert ten opzichte van zijn vader. Iedere man is dus in zekere zin een Oedipus en daarom spreekt deze tragedie van Sophocles zo aan. Steeds zullen nieuwe interpretaties van de oedipusmythe worden ontwikkeld. De zoon vormt een bedreiging voor de vader door zijn jeugd en zijn toekomst. Op hun beurt zijn ouders ook soms bedreigend, zoals de ouders van Oedipus die hun zoon uit de weg wilden laten ruimen, of Abraham die op weg ging om Isaak te offeren. Freud noemde Oedipus in deze context voor het eerst in een brief aan zijn vriend Fliess (15-10-1897), waar hij in dezelfde zin spreekt over Hamlet, die zijn oom niet uit de weg kon ruimen omdat deze gedaan had wat Hamlet onbewust zelf fantaseerde. Hamletcomplex zou dus ook een mogelijke benaming geweest zijn voor het oedipuscomplex. De eerste publicatie waarin Freud van dit complex melding maakt is De droomduiding (1900a; 2: 261v).

Literatuur

  • Flieger, J. (2005) Is Oedipus online? Siting Freud after Freud. Cambridge University Press, Cambridge/Londen.
  • Freud, S. (1986) Briefe an Wilhelm Fließ 1887-1904. J. Moussaieff Masson & M. Schröter (red.). S. Fischer, Frankfurt am Main.
  • Freud, S. (1900a) ‘De droomduiding’, Werken 2: 7, 22-582.
  • Ogden, T. (2006) ‘Reading Loewald: Oedipus reconceived’. International Journal of Psychoanalysis 87, 651-666.
Verder op psychoanalytischwoordenboek.nl: